Press "Enter" to skip to content

Wakduiken: paniek onder het ijs

AMSTERDAM – Zit je dan. Tot je kin in een pak gehesen, grote blauwe zwemvliezen aan je voeten, handen warm weggestoken in eveneens blauwe, rubberen vingerhandschoenen, met je billen op de rand van een ijswak. Een wak in het prachtig bevroren meer van Tignes, een sneeuwparadijs in de Franse Alpen op 2100 meter hoogte. Het klonk zo leuk toen we de uitnodiging ontvingen. Maar eenmaal klaar voor de duik, een ijswakduik, is het ineens een stuk minder aantrekkelijk.

Dat drie van de deelnemers mij enthousiast voorgingen en met geweldige verhalen nu weer gewoon veilig op het ijs staan, kan me dus even helemaal niets schelen. En dat er een ervaren duiker mee gaat, ook niet. Ik ben ineens heel zenuwachtig. Natuurlijk zal er niks kunnen gebeuren. Ik zit vast aan een touw, tientallen mensen in de buurt, niks aan de hand. Maar toch… Ik moet wel zélf onder dat ijs schuiven.

Koud is het niet. Helemaal niet zelfs. Met zo’n pak aan, kan geen vezeltje in je lijf voelen hoe koud het boven of onder het bevroren water is. Daar ben ik ook niet bang voor. Ik weet eigenlijk niet waarom ik ineens zo gespannen ben. Het is gewoon het idee onder het ijs te belanden. Stel nou dat ik daar beneden rare dingen ga doen. Gewoon uit paniek of zo? Of stel dat ik geen lucht krijg? Zoiets. Dat zou toch kunnen?

Reflex

Terwijl ik nog talloze van dat soort scenario’s aan het bedenken ben, wordt ineens het duikmasker op mijn hoofd gezet, de slang in mijn mond geduwd en voel ik een vriendelijk doch dwingend zetje in mijn rug – we hebben beperkt tijd en na mij moeten er nog twee het wak in. Voor ik goed en wel door de slang adem, drijf ik in het wak. In een reflex trek ik het ding uit mijn mond. Ik wil niet, durf niet. Spartel tegen. Ben er nog niet helemaal klaar voor. Ik probeer weer terug op het ijs te komen. Terwijl de hele groep bezorgd toekijkt – en met hen een flink aantal toeristen dat zich ondertussen om het wak heeft verzameld – word ik als een logge walrus weer terug op het ijs getrokken.

Klik op de foto voor een afbeelding op volle grootte (512×346, 20kb)
Weer boven water, met trofee.
Zit ik weer. Jezus, wat een muts ben ik toch. Ineens voel ik me zwaar voor joker staan. Iedereen kijkt. Misschien alleen dáárom, besluit ik direct een tweede poging te ondernemen. Stel je voor zeg! Daar durf je toch niet mee thuis te komen. Naar Tignes afgereisd om een ijsduik te nemen en dan uiteindelijk niet gaan. Omdat je niet durft. En hoe eng is het nu helemaal? Onder professionele begeleiding nemen we gewoon een kijkje onder het ijs. Dat is alles. Het is niet koud, het is niet moeilijk, het duurt nog geen half uur. Dus wat is het probleem?

Opnieuw proberen maar. Nadat ik mijn billen van het ijs wiebel – het nat geworden pak blijkt in een mum van tijd aan het ijs te zijn vastgevroren – laat ik mij opnieuw in het wak zakken. Dit keer gaat het goed. De haast hypnotiserende blik van de instructeur werkt geruststellend. Ik zak langzaam het water in. Veilig vastgeklemd tussen zijn ledematen gaan we steeds een stukje dieper. En dan het ijs onder, het centimeters dikke ijs dat zich op het meer van Tignes heeft gevormd…

Klik op de foto voor een afbeelding op volle grootte (222×222, 11kb)
Tignes, grenzend aan Val-d’Isère, biedt 300 kilometer piste.
Wauw! Dit is bizar zeg! Ik bevind me onder een glazen dak. Een dik glazen dak met bubbels, scheuren en allerlei andere vreemde vormen. Ongelooflijk! Ik steek mijn vinger in een holletje dat zich in het ijs heeft gevormd. Raar. De instructeur reikt een brok ijs aan. Ik voel, kijk, voel nog eens en ontspan eindelijk een beetje. Achter me zie ik de stralen van de zon sprookjesachtig het wak binnen schijnen. Heel mooi. Het doet me denken aan de laatste scène van de film Ghost, waarin de reeds overleden Patrick Swayzy in een zelfde soort bundel van licht voor de allerlaatste keer Demi Moore omhelst.

Ik moet trouwens ook ineens denken aan wat mijn vader vroeger altijd zei wanneer het buiten begon te vriezen. Dat wanneer je door het ijs zakt, je altijd naar de meest donkere plek moet zwemmen. Dat is namelijk waar je er doorheen bent gekomen. Zo om me heen kijkend echter, klopt dit niet. De vijf wakken die vanochtend voor dit ‘Icediving’ zijn gemaakt, zien er vanuit het water juist uit als vijf verlichte schijven. En wat hier donker is, is het ijs. Misschien komt dit door de zon. Of door de dikke laag sneeuw die als een donkere deken over het ijs ligt. Het is in ieder geval merkwaardig dat zo’n algemeen geaccepteerde volkswijsheid niet blijkt te kloppen. Nu weet ik nog niet hoe het zit.

Klik op de foto voor een afbeelding op volle grootte (512×336, 16kb)
Tignes, grenzend aan Val-d’Isère, biedt 300 kilometer piste.
Hoewel ik in tegenstelling tot de andere deelnemers niet langs alle vijf wakken ben gezwommen, maar slechts in de buurt van het eerste wak ben gebleven, was het een bijzondere ervaring. Ik ben blij dat ik het heb gedaan.


IJswakduiken is overigens slechts een van de vele activiteiten die in Tignes kunnen worden ondernomen. Terwijl onze groep de laatste deelnemer uitzwaait op zijn avontuur onder het ijs, landen een stukje verderop toeristen met een parapente. Een soort parachute waarmee boven het meer kan worden ‘gevlogen’. Ziet er geweldig uit.

En over vliegen gesproken: dat kan ook in Tignes. Het is mogelijk een rondvlucht te maken boven de bergen. Ook met een helikopter. Verder kan er een tocht worden geboekt met een hondenslee of achter een paard worden geskied, het zogeheten ski-jörring. Je kunt in Tignes ijswandklimmen, raften vanaf een helling, je uitleven in het snowpark, het grootste van Europa, en een zogenaamde Défi Tignes doen, ofwel proberen zo ver mogelijk rechtdoor te skiën. Maar je kunt ook ‘gewoon’ wandelen op Canadese sneeuwschoenen in het lariksbos, waar dieren kunnen worden geobserveerd.

Het moge duidelijk zijn: in Tignes staat het sportieve voorop. Hoewel voldoende gezelligheid, leuke restaurantjes en cafés, is Tignes niet dé après-skibestemming bij uitstek. Geen polonaises in de sneeuw. Naar Tignes kom je om te skiën of te snowboarden. Zelfs na twee dagen ‘voelen’ kunnen we concluderen dat het er inderdaad goed toeven is. Voor zowel beginners zoals ik, die in geen acht jaar meer een piste van dichtbij zag en behoorlijk moet wennen aan de hoeveelheid voorbij razende snowboarders – die waren er toen stukken minder – als voor doorgewinterde beoefenaars.

Vanaf het pittoreske dorpje Brévières op 1550 meter tot aan de stevige gletsjer van de Grande Motte, waarvan het hoogste punt op 3656 meter ligt, biedt het ski-gebied Tignes, grenzend aan Val d’Isère, ruim 300 kilometer glijpret. De aanwezigheid van de gletsjer – te bereiken met de razendsnelle funiculaire, de sneeuwmetro – maakt het overigens mogelijk ook in de zomer naar Tignes te gaan voor de wintersport. Daarmee onderscheidt de plaats zich binnen de wintersportbestemmingen van de Franse Alpen.

Kluisjes

Bijzonder goed geregeld is trouwens la Maison de Tignes au Lac, ofwel het nieuwe infocentrum. Onder één dak kunnen toeristen hier voor werkelijk al hun vakantievragen terecht; van verblijf, trein- en parkeerreserveringen tot buskaartjes, geldzaken en skipassen. En voor wie zijn laatste vakantiedag helemaal wil benutten, maar hotel/appartement reeds eind van de ochtend moet verlaten, zijn er kluisjes en doucheruimten.

Handig om te weten is misschien dat er in het gebouw een reisbureau huist, Tignes Reservation. En – dat zal Nederlanders aanspreken – niet alleen in Frans of gebrekkig Engels, maar ook in eigen taal kan worden geïnformeerd en geboekt bij Nederlandse medewerkers. Goed geregeld zijn verder de parkeerplaatsen. In 5 ondergrondse garages heeft Tignes 2538 parkeerplekken. Hoef je in ieder geval niet te scheppen of krabben bij vertrek.

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *