Press "Enter" to skip to content

Wereldomroep speelt maar door

HILVERSUM – Vakantie. Dat is het eerste waar honderdduizenden Nederlanders aan denken als het woord Wereldomroep valt. Het piepen, fluiten en kraken van het kortegolf radiootje hoort daar ook bij: vér van huis, maar toch nog een lijntje met Nederland. Aan de ontbijttafel éven luisteren of er ‘thuis’ nog wat bijzonders is gebeurd.

Een beetje oubollig, soms wat belerend, in elk geval objectiever dan de gewone Hilversumse omroepzuilen, menen trouwe luisteraars. Ondanks alle nieuwe ontwikkelingen in de communicatietechniek lijkt de rol van de Wereldomroep nog lang niet uitgespeeld. Integendeel.

“De spruitjeslucht is hier langzamerhand wel opgetrokken”, vindt presentator Peter Broekman van het populaire lunchprogramma ‘Nederland Centraal’. “Natuurlijk passen we ons aan”, zegt hij. “We denken zeker niet alleen aan de in het buitenland wonende Nederlanders, maar richten ons in deze vakantietijd natuurlijk speciaal ook op de vakantiegangers.”

“Dat wij soms wat belerend en uitleggerig overkomen, heeft te maken met het feit dat veel van onze luisteraars in het buitenland al járen weg zijn uit Nederland. Gaat het dus over Melkert-banen, om maar wat te noemen, dan móét je dus wel even kort uitleggen wat dat voor banen zijn”, legt directeur Lodewijk Bouwens uit.

“Ik vind ze zo verschrikkelijk tevreden met zichzelf”, zegt mij Roos Zuurmond, vaste luisteraar in haar vakantiehuisje in Zuid-Frankrijk. “Ze hebben een heel programma waarin luisteraars mogen zeggen wat ze ervan vinden. Nou, ik kan je vertellen: ze doen ‘t natuurlijk altijd gewéldig. Die zelfingenomenheid, daar krijg ik acuut eczeem van. Dan die kneuterige liedjes: Liesbeth List en Ramses Shaffy, dát genre, en laatst hoorde ik warempel ‘Mid-del-landse Zee’ van Ellen Cramer. Dan zit ik dus met kromme tenen!”

Reacties

Toch: ook in Nederland luisteren steeds meer mensen naar de Wereldomroep. “Dat merken wij aan de reacties. Op campings en onderweg met hun caravan luisteren veel mensen met hun satellietschotel naar Radio Tour de France via de Wereldomroep”, zegt directeur Bouwens. “De Wereldomroep versterkt het vakantiegevoel.”

Die schrikbarende alarmoproepen van de ANWB, is dat nog wel van deze tijd, waarin toch langzamerhand iedereen wel een mobieltje heeft?

“De behoefte aan de ANWB-oproepen neemt inderdaad af”, zegt Bouwens. “Maar je zult nog verbaasd staan van de volksstammen die geen internationaal gsm-abonnement hebben. Bovendien zijn er ook in Europa nog veel gebieden zonder goede gsm-verbindingen.”

“Mijn familie weet altijd waar ik uithang”, zegt Tom Smulders, die al een kwarteeuw op Gran Canaria woont, een van de Canarische Eilanden. “In het begin stond ik hier op m’n balkon met m’n transistorradiootje net zo lang te draaien tot ik het carillon hoorde van de Wereldomroep: Merck toch hoe Sterck! Sterk was het signaal toen bepaald niet. Toch luisterde ik elke dag, vaste tijd. Het was de enige verbinding met Nederland. De krant kwam vaak pas dágen later. Maar er is zóveel veranderd. De Telegraaf ligt hier nu dezelfde dag al, ‘s ochtends bij de supermercato. Hier op het eiland gedrukt. En de Wereldomroep beluister ik nu via de satelliet. Prima ontvangst, FM-kwaliteit. Ik ben altijd luisteraar gebleven voor het nieuws en de actualiteiten. Radio 1 kan ik hier ook ontvangen, maar die brutale wijsneuzen vind ik doorgaans niet objectief. Sterk gekleurd. De Wereldomroep is veel neutraler. Geen kleur, maar toch ook niet kleurloos.”

Sterke kant

“Ik hoor dat wel vaker”, zegt presentator en eindredacteur Peter Broekman, 51, waarvan er al ruim 25 bij de Wereldomroep. “Wij geven een beeld van Nederland op een níét gekleurde manier. Wij zijn gelukkig niet aan een van de Hilversumse zuilen gebonden. Daaraan erger ik me soms ook blauw, vooral als ze de luisteraars zo ongeveer voorschrijven wat ze van hun onderwerpen moeten vinden. Wij staan daar zogezegd boven. Dat is onze sterke kant.”

Peter Linse en Ton Klaui zijn buren, bejaarde hofjesbewoners uit Den Haag. Altijd samen met vakantie. Spanje, Portugal. In de zomer zitten ze liefst rustig in hun tuintje, maar als het kouder wordt, trekken ze naar het zonnige zuiden. Het radiootje is altijd een van de eerste dingen die in de koffer worden gepakt. “In Lissabon is de ontvangst ‘s ochtends goed, maar ‘s avonds knudde”, zegt Peter. “Wij gaan ook dikwijls naar Roses. Altijd met de bus en altijd gaat de Wereldomroep mee. Radiootje bij ‘t ontbijt. Wat gebeurt er in Nederland? Dikwijls zijn er dan onderwerpen dat ik denk: is dát nou zo belangrijk? Een beetje minder sport mag van mij ook wel. Wat kan het mij nou schelen wat Sparta gedaan heeft, of Vitesse? De aandelenkoersen geven ze alleen van de zes hoofdfondsen. Da’s onvoldoende. Maar het nieuws doen ze goed: zo blijven wij op de hoogte.”

De waterhoogten, ook zoiets. “Het interesseert alleen de binnenschippers. Radio 1 doet ‘t niet meer. Wij wél. En als wij ermee zouden stoppen, zou de binnenscheepvaart op z’n achterste benen staan. Het is een stuk dienstverlening”, zegt presentator Broekman, die er in zijn populaire lunchprogramma – gemiddeld zo’n 140.000 luisteraars – meestal een gezellige draai aan geeft.

Het weer in Europa, elke ochtend zeer uitgebreid. Dat het in Nederland hagelt en stormt, altijd leuk om te horen als je op een ver strand zit te zonnen. “Maar soms roepen ze: Frankrijk regen. Terwijl ik in de Provence in het zonnetje aan de koffie zit bij het zwembad!” zegt Roos Zuurmond. “Dan denk ik: Frankrijk is een groot land, hoor! Zouden ze dat niet weten bij de Wereldomroep? Het is vijftien keer zo groot als Nederland.”

Er zijn, wereldwijd, zo’n 600 miljoen kortegolf radiootjes in omloop. Landen als China en India zijn door hun gigantische omvang aangewezen op de korte golf, de middengolf is er eenvoudigweg ontoereikend. Er zijn hoge verwachtingen van DRM, digitale korte golf, die waarschijnlijk volgend jaar al wordt geïntroduceerd: kortegolf radio met FM-kwaliteit en met een aanmerkelijk lager stroomverbruik. RNW-directeur Bouwens: “De grote fabrikanten van radio’s staan te springen, want er valt natuurlijk wel wat te verdienen als al die oude radiootjes vervangen kunnen worden door kraakvrije digitale ontvangertjes. Ook voor de wereldomroepen, zoals RNW, BBC, Voice of America, Deutsche Welle en Radio France, betekent de introductie van DRM een geweldige opsteker.”

Nog is samenwerking met honderden buitenlandse radiostations onontbeerlijk, omdat bijvoorbeeld uitzending van klassieke muziek via de korte golf niet om aan te horen is. De Wereldomroep distribueert nu, via 300 lokale partnerstations in Noord-Amerika en 270 lokale radiostations in Zuid-Amerika, een 26-delige klassieke muziekserie met concerten van het Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest, maar met de invoering van digitale korte golf komen er totaal nieuwe uitzendmogelijkheden van topkwaliteit.

Wat maar weinigen in Nederland weten, is dat RNW er een media-universiteit op nahoudt: het Radio Nederland Training Centrum leidt programmamakers uit de ontwikkelingslanden op, op kosten van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, de Nederlandse belastingbetaler dus. In Afrika, Zuid-Amerika en ook in het Midden-Oosten werken inmiddels honderden presentatoren en programmamakers die hun opleiding kregen in Hilversum, onder wie verscheidene medewerkers van de Arabische tv-zender Al Jazeera, die kort na 11 september vorig jaar veelvuldig zelf in het nieuws kwam met geruchtmakende videoverklaringen van Osama bin Laden.

Bezetter

Nederland was in 1927 het eerste land in Europa met regelmatige uitzendingen. Philips dacht hiermee de verkoop van radio’s te stimuleren. In de oorlog vielen de zenders, waarmee men zich vooral ook op onze gebiedsdelen in het Verre Oosten richtte, in handen van de bezetter. In Londen werd Radio Oranje opgericht, met dagelijkse programma’s via de BBC-zenders en Henk van den Broek, correspondent van De Telegraaf in Parijs, werd programmadirecteur. In oktober 1944 begon hij vanuit bevrijd Eindhoven met een door Philips-personeel in elkaar geknutselde zender met uitzendingen van ‘Radio Herrijzend Nederland’, speciaal gericht op het nog door Duitsers bezette noorden van Nederland.

Na de oorlog werd Van den Broek directeur van de stichting Radio Nederland, die officieel op 15 april 1947 van start ging met uitzendingen in verschillende talen. Zijn zoon, oud-minister Hans van den Broek, is de huidige voorzitter van RNW, de internationale publieke omroep van Nederland, die vanuit een hoofdkwartier in Hilversum (gebouwd door Van den Broek & Bakema) met 375 vaste arbeidsplaatsen radio-uitzendingen verzorgt in het Nederlands en zeven andere talen. Op internet biedt de Wereldomroep websites, een nieuwsservice per e-mail en online radio-uitzendingen, terwijl RNW partner is in BVN-TV, de wereldtelevisie voor Nederlandstaligen in het buitenland.

Jaarlijks veertig miljoen euro kost Nederland (deels uit de omroepbijdrage, deels uit de STER-opbrengst) dit internationale visitekaartje met een publiek van 100 miljoen mensen en dagelijks zo’n 1,8 miljoen Nederlandse luisteraars, maar de LPF wil dat de publieke omroep 5 procent gaat bezuinigen. “Ze vergeten dat de Wereldomroep, anders dan de gewone Hilversumse zenders, z’n eigen distributie moet betalen”, waarschuwt directeur Bouwens. “Wij moeten, bijvoorbeeld, onze eigen steunzenders in Madagascar en op Bonaire aan de gang houden. Alleen al op Bonaire verstoken we zesduizend liter dieselolie per dag voor onze eigen elektriciteitscentrale. Regelmatig moet daar speciaal voor ons een supertanker heen. Anders springt, als wij de zender starten, op Bonaire prompt het licht uit.”

 

Be First to Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *